Nieuwe wetten verslechtering medezeggenschap cliëntenraden!

Op dit moment is de wetgeving rondom medezeggenschap voor cliënten geregeld in de WMCZ (Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen). Hierin staat duidelijk wanneer een cliëntenraad ingesteld moet worden. Op welke informatie cliëntenraden recht hebben. Wat de plichten van een zorginstelling zijn. En waarover cliëntenraden zwaarwegend adviesrecht hebben. Ook hebben cliëntenraden de mogelijkheid om een geschil met de instelling voor te leggen aan een Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden. Mooi geregeld zou je zeggen… Mooi niet!

Wmo neemt medezeggenschapsrechten niet mee:                                   Per 1 januari verandert er het een en ander. Doordat een aantal soorten hulp van de AWBZ naar de Wmo gaan heeft dit ook gevolgen voor de medezeggenschap van deze soorten hulp. De medezeggenschap moet nu per gemeente geregeld worden. De rechten die cliëntenraden in de WMCZ hadden worden niet meegenomen! Het kan dus zo zijn dat de medezeggenschapsrechten van cliënten(raden) in jouw instelling of gemeente verslechteren! Bovendien heb je als cliëntenraad vaak te maken met meerdere gemeenten binnen jouw instelling, verschil in medezeggenschap per gemeente is erg onwenselijk. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van al deze nieuwe wetten en transities die er juist op gericht zijn dat mensen meer te zeggen gaan hebben over hun eigen leven en mensen in hun kracht moeten komen en dergelijke. Bovendien valt in Nederland juist nog erg veel te verbeteren op het gebied van medezeggenschap, in het bijzonder van bepaalde groepen.

Nieuwe Jeugdwet: ouders en cliënten op een hoop                                   De Nieuwe Jeugdwet gaat ook gepaard met een medezeggenschapsverslechtering. De rechten vanuit de WMCZ zijn gelukkig wel meegenomen naar de Nieuwe Jeugdwet. Maar hier zit de kwetsbaarheid erin dat cliënten en ouders op een hoop worden geveegd. Ouders hadden eerst geen wettelijke medezeggenschapsrechten in de zorg, nu gelukkig wel. Maar dit mag niet ten koste gaan van de stem van jongeren zelf. Deze 2 zaken op een hoop vegen kan onduidelijkheid geven. En biedt de mogelijkheid om bijvoorbeeld ouders toe te voegen aan jongerenraden. Er zijn momenteel nog steeds jeugdinstellingen die geen jeugdmedezeggenschap gerealiseerd hebben. Maar die soms wel een ouderraad hebben die zich cliëntenraad noemt. (je noemt de ouderraad op school toch ook geen leerlingenraad?). Of cliëntenraden jeugd die voornamelijk uit ouders bestaan en die zich maar afvragen waarom zich niet meer jongeren aansluiten. Het gebeurd nog steeds. Oudermedezeggenschap is ook erg belangrijk, maar kan de stem van jongeren zelf niet vervangen. De belangen kunnen zo anders en soms zelfs tegenstrijdig zijn. Dat het belangrijk is dit uit elkaar te halen. Om zo ieder goed recht te doen. De wet zou hierin helpend moeten zijn.

Wat kunnen we doen?                                                                                             De wet moet gewoon verbeterd worden op deze punten. En zolang dat nog niet goed geregeld is kun je als cliëntenraad of cliëntenorganisatie nog je stem laten horen bij de gemeente. Zorg dat in de gemeentelijke verordeningen Jeugdhulp en Wmo, die momenteel in de gemeenten besproken worden en voor 1 november moeten worden vastgesteld deze zaken wèl goed geregeld zijn! Vraag om minstens gelijke rechten zoals geregeld in de WMCZ. (de WMCZ is overigens op een aantal punten ook aan verbetering toe). Zoek contact met je Wmo raad, cliëntenorganisatie en gemeente politiek. En probeer te voorkomen dat de medezeggenschap in jouw instelling en/of gemeente verslechterd. Misschien kunnen we ook zichtbaar maken waar medezeggenschap wel goed geregeld is, deze gemeenten kunnen als goed voorbeeld dienen.

Onder andere LOC (Landelijke Organisatie Cliëntenraden) maakt zich ook erg zorgen om een verslechtering van de medezeggenschap van cliënten(raden). Er is nog geen website www.watveranderderinjouwmedezeggenschap.nl hopelijk is een dergelijke site ook niet nodig. En komt de regering tot besef dat de medezeggenschap beter geborgd moet worden. 9 Oktober is er een Algemeen Overleg over de Wmo. Hopelijk onderneemt men nog actie in het voorkomen van een medezeggenschapsverslechtering.

Advertenties
Afbeelding

Do’s en don’ts jongereninspraak transitie Jeugdhulp

wordle transitieMomenteel zijn veel jongeren en cliëntenraden vanuit de verschillende Jeugd sectoren druk bezig om mee te denken over ‘de transitie’. Vaak worden hiertoe bijeenkomsten georganiseerd waar jongeren hun mening kunnen geven. Deze bijeenkomsten zijn niet allemaal even goed ingesteld op jongeren… Jammer, want jongeren kunnen een inhoudelijk erg waardevolle bijdrage leveren als zij daartoe goed in staat worden gesteld. Om u op het nippertje nog iets meer op weg te helpen hier nog wat do’s en don’ts uit de praktijk:

 

Hoe niet?

Moeilijke papieren: Jongeren een berg moeilijke papieren laten lezen. (beleidsplan, verordening etc. ga er maar aan staan). Jongeren kunnen afhaken omdat ze het teveel leeswerk vinden. Of begrijpen het niet goed. Worden er onzeker van. Of hebben geen tijd hiervoor. (ze zijn vrijwilliger en hebben ook nog andere bezigheden!). Of zien de berg moeilijke papieren en komen daardoor al niet naar de bijeenkomst. Als je dan ook nog eens helemaal niet aan bod komt, of er niks van hebt begrepen, waarom heb je dan die berg papier doorgeworsteld?!

Gemixte bijeenkomsten met jongeren en ouders vallen niet bij alle jongeren in goede aarde. Jongeren vinden ouders al gauw overheersend. Zien zaken heel anders. Of voelen zich niet vrij om zelf ook wat te vertellen doordat er ouders bij zijn. Of jongeren voelen zich gekwetst door hetgeen ouders zeggen. Standpunten kunnen ook tegenstrijdig zijn, dat kan zaken lastig of ingewikkeld maken. Doorgaans is de verhouding jongeren-ouders vaak ook erg scheef. (2 jongeren op 40 volwassenen waaronder veel ouders bijvoorbeeld).

Locatie: In een grote formele zaal met veel mensen iets vertellen kan best spannend zijn. Laat staan als het over moeilijke, kwetsbare en persoonlijke dingen gaat. Locaties zijn niet altijd makkelijk bereikbaar. Soms hebben jongeren een enorme reistijd om naar een bijeenkomst te komen. (3u reistijd voor een bijeenkomst waar je misschien niet eens je mond hebt open kunnen doen).

Groepjes: Vaak wordt er in groepjes gewerkt. Dit zijn soms erg grote groepen, waarin je maar kort tijd hebt om je zegje te doen. Eventueel ook gemixt met ouders en andere volwassenen. Soms komen jongeren helemaal niet aan bod. Door de veelheid mensen die allemaal iets willen zeggen. Gespreksleiding is niet altijd gewend om met jongeren te praten, en hen tot hun recht te laten komen.

Waar mag je over meepraten? Vaak wordt vooraf bepaald waar je iets van mag vinden, in plaats van dat je zelf mag bepalen waar je iets over wil zeggen.

Jargon: veel bijeenkomsten en plannen zijn doorspekt van jargon. Geef in begrijpelijke taal aan wat je bedoelt, niet iedereen kent alle afkortingen en begrippen! Jongere: “we zitten hier niet in de 2e kamer…!” 

Terugkoppeling: Jongeren zien niet altijd terug dat er iets met hun inbreng wordt gedaan. Dan vraag je je af of het wel zin heeft om mee te praten.

Tijdpad: Het tijdpad voor inspraak, meepraten en dergelijke is vaak erg krap. Of je volgende week even een uitgebreide reactie klaar hebt over het ingewikkelde beleidsplan van 50 pagina’s waar je nog niks van snapt…

Veel werk: Jongeren hebben wel meer te doen! Cliëntenraden zijn er voor de belangenbehartiging en medezeggenschap van cliënten in hun eigen instelling. Dat op zich is al heel veel werk! Allerlei overstijgende zaken, zoals rondom de transitie met gemeentes praten komt daar nog eens bij. Sommige cliëntenraden hebben zelfs te maken met meerdere transitieregio’s, dus meermalen hetzelfde inspraaktraject doorlopen, wat net overal even anders is. Zodat je je toch meermalen moet verdiepen in de regionale situatie. En de cliëntenraden krijgen niet extra tijd of ondersteuning voor al deze extra bezigheden. Het gaat hier om kwetsbare jongeren die vrijwilligerswerk doen, en nog heel veel andere zaken aan hun hoofd hebben in hun jonge leven. Ze zijn geen doorgewinterde fulltime beleidsmedewerkers.

Privacy: Maak niet ongevraagd foto’s en zet dit ook niet ongevraagd op Twitter!

Kwetsbaarheid: Breng jongeren niet in verlegenheid, sommige vragen kunnen te confronterend zijn.

Hoe wel?

Verwachtingen: Zorg dat jongeren van tevoren goed weten wat ze kunnen verwachten.

Duidelijke uitleg: Maak een goede samenvatting die begrijpelijk is. En leg een en ander nog eens goed uit in een presentatie. Je hebt mensen die meer visueel ingesteld zijn, of mensen die liever zelf lezen, of mensen die liever luisteren. Voor elk wat wils… Beperk je tot de kern. En zorg dat mensen de essentie begrijpen.

Vroegtijdig betrekken: Betrek jongeren vroegtijdig op inhoud. En niet pas als alle plannen eigenlijk al gemaakt zijn.

Regie: Laat jongeren zelf de regie hebben: waar willen zij graag over praten. Wat missen ze, vinden ze belangrijk enz.

Terugkoppeling: Laat zien wat je met de inbreng van jongeren hebt gedaan.

Tijdsinvestering: Realiseer je wat een werk het is voor jongeren om zich in bepaalde zaken te verdiepen.

Veiligheid: Creëer veiligheid voor kwetsbare jongeren. Geef jongeren de ruimte om zelf hun grenzen goed aan te geven. Jongeren vinden het vaak fijn als ze met andere jongeren in een groepje zijn. Dit wordt vaak als veiliger ervaren dan wanneer ze alleen met volwassenen aan tafel zitten. Zorg voor een gespreksleider die gewend is om met jongeren in gesprek te zijn en een veilige setting kan creëren. En zorg dat de vertrouwde ondersteuner er bij kan zijn.

Succes! Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen!

‘Ze horen toch bij elkaar!’ – huiselijk geweld in de supermarkt

Pas geleden was ik in de supermarkt getuige van huiselijk geweld. Een man deed erg dreigend naar een vrouw met 3 kleine kinderen. Hij schreeuwde tegen haar en de vrouw zag er angstig uit. Ik zei tegen de man dat hij dit niet moest doen. Een andere klant van de supermarkt viel mij bij. De man ging vervolgens tegen mij tekeer. Ik zei de man dat hij op moest houden en dat ik de politie zou bellen. Ik vroeg aan de kassamedewerker of hij de politie wilde bellen omdat een klant agressief was tegen een vrouw met 3 kinderen. De medewerker belde niet en zei ‘ze horen toch bij elkaar’. Ik heb de vrouw gevraagd of ze het goed vond dat ik de politie belde. De vrouw vond dat goed en was inmiddels in tranen. Inmiddels was een andere medewerker wel in actie gekomen en had meneer verzocht om weg te gaan. Mijnheer stond in het zicht mevrouw in de hal op te wachten.

Ik kon niet verstaan wat de agressieve man allemaal zei op het moment dat hij tegen de vrouw tekeer ging omdat ik zijn taal niet sprak. Maar het was klip en klaar dat het erg dreigend was. Van een omstander die zijn taal wel sprak begreep ik later dat hij de vrouw met de dood had bedreigd.

Totdat de politie er was bleven de andere klant en ik bij de vrouw en kinderen. Bij de inpaktafels, vlakbij de uitgang. Niet op een veilig rustig kantoortje ofzo. De politie heeft gezorgd dat mevrouw veilig naar huis kon. (deze man woonde niet bij deze vrouw, de moeder van een van haar kinderen). En heeft nog even naar de man gezocht die inmiddels gevlogen was.

De volgende dag ben ik naar de supermarkt gegaan en heb met de manager deze situatie besproken. Ik vond de reactie van de supermarkt erg ongepast en onveilig bovendien. Er werden allerlei smoesjes aangehaald. Dat het in deze cultuur normaal zou zijn om op een dergelijke manier met elkaar te communiceren. En dat de medewerker had verstaan dat er niks aan de hand was, terwijl hij op flinke afstand kassa aan het draaien was. Uiteindelijk heeft de manager aangegeven een en ander nog eens goed met de medewerker door te nemen bij een kop koffie.

Wat een onnodig gebrek aan adequaat handelen,  warmte en begrip naar deze klant (en kinderen!) in nood.  Bovendien: geweld is nooit acceptabel, ook niet als mensen bij elkaar horen.

Heb vele vragen: wordt deze mensen hulp aangeboden? Of is de kous nu afgedaan? Kan zijn dat deze vrouw geen aangifte wil doen, maar gaat er dan wel enige zorg uit naar deze vrouw en kinderen? Ik vermoed dat dit niet de eerste keer is dat dit gezin dergelijke dingen meemaakt. De kinderen waren getuige dat hun moeder met de dood werd bedreigd! De politie is nu op de hoogte, zetten zij nu meteen een en ander in gang met betrekking tot de kinderen? En welke lessen trekt de supermarkt?

images

Ouderraad bedoel je?

Regelmatig kom ik instellingen in de Jeugd sector tegen die zeggen een cliëntenraad te hebben. Deze instellingen wekken dan de indruk dat ze bijvoorbeeld een jongerenraad hebben. Staat op de website te lezen, of in een folder. Soms wordt het ook gezegd. Een raad met echte jongeren denk je dan die de organisatie adviseren vanuit hun jeugdige perspectief. Jongeren en kinderen die cliënt zijn bij deze instelling. Die weten hoe het is om problemen te hebben. En die vanuit die ervaring een zinvolle bijdrage kunnen leveren aan het beleid van de instelling. Fantastisch als dat het geval is…

Echter; in de praktijk blijken niet al deze ‘cliëntenraden’ daadwerkelijk te bestaan uit jeugdige cliënten. Vaak blijkt het om ouders van jeugdige cliënten te gaan. Ouders die weliswaar ook cliënt van de instelling zijn omdat hun kind daar in zorg is.  Soms zijn deze volwassenen zelfs geen ouders van een kind in zorg, maar betrokken volwassenen die hart voor de jeugd hebben. Daar is niks mee en het is heel fijn dat deze mensen zich inzetten om de zorg aan jeugdigen te verbeteren. Ik vind een ouderraad een heel nuttig iets, het is ook heel belangrijk dat ouders betrokken worden en ook mee kunnen praten over de zorg aan kinderen. Maar: noem het dan geen jongerenraad of cliëntenraad. Maar zeg als instelling gewoon dat je een ouderraad hebt, of familieraad. Dat is wel zo duidelijk.

Het ouderperspectief of het familieperspectief kan hele relevante adviezen geven, maar wel vanuit het ouderperspectief. En zo moeten instellingen er ook mee omgaan. Alleen jeugdigen zelf kunnen aangeven wat zij zelf vinden.  Dan kunnen ouderraad en jongerenraad elkaar op een aantal fronten zelfs goed aanvullen.Image

En als het je als instelling nog niet gelukt is om medezeggenschap door jeugdige cliënten zelf te organiseren, zeg dat dan gewoon eerlijk. En kijk wat er voor nodig is om dat ook te kunnen realiseren!

Informatie armoede

Nu ik zwanger ben krijg ik te maken met allerlei zorgverleners en procedures. Het laat me weer even ervaren hoe het is om wat betreft informatie afhankelijk te zijn van wat er toevallig aangereikt wordt.  En hoe belangrijk goede en volledige informatie is.

Keuzes maak je door alles af te wegen. Wat je voelt en misschien zelf al weet en ervaren hebt. Maar ook wat je aan informatie leest of wat je verteld is. Dit maakt het des te belangrijker dat je zo goed en volledig mogelijk geïnformeerd bent.  Immers je zult niet zo snel vragen naar iets waarvan je het bestaan niet weet.

Er is tegenwoordig over zoveel zaken zoveel informatie te krijgen. En toch maken heel veel mensen keuzes gebaseerd op onvolledige informatie. Of ziet men door de informatiebomen het bos niet meer. Je kunt natuurlijk niet altijd alles weten, dat begrijp ik ook wel. Maar instanties en zorgverleners zouden zich hiervan wel meer bewust moeten zijn en aandacht voor moeten hebben. Bovendien heb je bij veel bealngrijke beslissingen vaak helemaal geen tijd om je er uitgebreid in te verdiepen en op informatie-zoektocht te gaan.

Tijdens mijn zwangerschap struikel ik over de concrete voorbeelden; Bijvoorbeeld bij het gebruik van de doptone: er zijn erg verschillende berichten over het gebruik van de doptone (om het hartje van de baby te luisteren). De wetenschap is er nog niet uit of de geluidsgolven schadelijk zijn voor je kindje. Dit wist ik niet! Ik had graag gewild dat de verloskundigen mij dit hadden verteld alvorens het apparaat op mijn buik te zetten. Zodat ik zelf de keus had kunnen maken om met een houten toeter naar het hartje te laten luisteren. Pas toen ik dit zelf in een boek had gelezen schrok ik hiervan en heb gevraagd of ze voortaan de houten toeter wilden gebruiken.

Vaak zijn er ook prima alternatieven en hulpmiddelen voor officiële medicijnen.  Soms ook kan het helpen om even helemaal niks te doen en te wachten. Deze ‘andere’ keuzes worden je in de medische wereld vaak niet aangereikt. Als men bijvoorbeeld weet dat je tijdens een bevalling veel baat kan hebben bij een bad, waarom wordt dit dan niet standaard aan iedereen aangereikt in een ziekenhuis?

Ik mis zoveel zaken als ik de standaard folders en brochures bekijk. Waarom geven die zo’n eenzijdig beeld? De echt goede boeken waar ik betreft mijn zwangerschap echt wat aan had zijn toevallig op mijn pad gekomen. De informatie die ik daarin las had ik voor geen goud willen missen en heeft mijn visie op bevallen erg gevormd. (‘Vrije geboorte’ en ‘Gentle birth, gentle mothering’).

Natuurlijk heb je zelf een verantwoordelijkheid in het tot je nemen van informatie die bij je past. Maar het kan je wel veel tijd, energie en teleurstelling besparen als hier vanuit instanties, zorgverleners en overheid meer aandacht voor is. De informatie die je bijvoorbeeld in een ziekenhuis krijgt is al zoveel afgestemd op de zienswijze van het ziekenhuis, waardoor je soms niet altijd in staat wordt gesteld om weloverwogen keuzes te maken. Daarbij speelt vaak ook nog een rol dat je erop vertrouwt en ervan uitgaat dat je de juiste en volledige informatie krijgt.

Voor cliëntenraden zou kwalitatieve en vollediger informatie dan ook een belangrijk speerpunt moeten zijn. Immers pas dan worden cliënten in staat gesteld om zelf weloverwogen keuzes te maken over hun eigen leven. Veel meer dan wat je toevallig krijgt aangereikt of op je pad komt, of waarvan een ander denkt dat het goed voor je is.

Ik ken een meisje…

In mijn stad leeft een meisje van mijn leeftijd. We hebben op dezelfde basisschool gezeten. Dit meisje is al jaren dakloos. Toen ze mij een keer om geld vroeg hebben mijn vriend en ik haar meegenomen naar de shoarmaboer (toen at ik nog vlees…), Ze moest even wennen toen we haar vroegen wat met ons te eten. Ze had erg veel trek en dorst. Al gauw was ze meer op haar gemak en zaten we flink te kletsen. Ik zei dat ik haar kende van de basisschool. En na wat uitleg wist zij het ook weer.

Ik vertelde haar dat ik een aantal jaar in de maatschappelijke opvang had gewerkt en dat ik nu actief was in het ondersteunen van  belangenbehartiging van dak- en thuislozen. Zij vertelde dat ze al jaren dakloos is, en verslaafd.  Haar leven is altijd heel erg moeilijk geweest.  Ondanks veel ellende gaat er een enorme zachte kracht van haar uit.

Met deze zachte kracht maakte ik nader kennis toen we met GroenLinks te gast waren in de nachtopvang.  Voor veel GroenLinksers was dit de eerste keer dat ze nader kennismaakte met dak- en thuislozen.  Een mijnheer was opgefokt en ging uit z’n dak tegen een van de vreemde gasten. Dit meisje greep in op een zachte krachtige manier. De man kalmeerde en de GroenLinkse gasten voelden zich weer veilig.

Toen ik in de binnenstad woonde scharrelde ze regelmatig door mijn straat, het hoofd op de grond gericht, op zoek naar geld of peukjes. Ze vroeg me eens wat te drinken, maar durfde toen niet binnen te komen.  Als ze me ziet is ze altijd heel attent. Vraagt hoe het met mijn dochter en mijn vriend gaat en doet ze de groeten.  Regelmatig hoor ik een enthousiaste ‘Hi Jenny’ als ik weer eens hard door de stad fiets.

Onlangs kwam ik haar weer tegen bij het station, waar ze wel eens  een AA-tje van me krijgt. Ik vond dat ze er goed uitzag. Ze zei dat dat kwam doordat ze had vastgezeten. Ze heeft inmiddels gelukkig al een tijdje een vaste plek in een sociaal pension. Ze wil al jaren naar een zorgboerderij ver weg van de randstad, maar om allerlei redenen lukt dat niet.  Ze kan er bijvoorbeeld pas heen als ze clean is. Als ze eens clean is en uit de afkick kliniek komt, dan valt ze altijd weer in een gat. Is er geen voldoende stevig vervolg voor haar. Waardoor ze in no time weer verslaafd is.  Ze geeft ook aan dat ze hulp nodig heeft, maar krijgt dit onvoldoende en niet op het moment dat dit het hardste nodig is. Ze heeft de wil om een gezond leven te leven. Ze heeft alleen de juiste steun en het vertrouwen nodig om daar te geraken.  En wil niet behandeld worden als iemand waar geen eer meer aan te behalen is. Ieder mens is het waard om de steun te krijgen die het wil en nodig heeft.

Ze wil heel graag moeder worden maar weet dat dat nu niet kan. Het raakt me als ik zie hoe blij ze voor me is als ik haar vertel over de baby die in mijn buik groeit. Ik hoop dat ik ooit zo blij voor haar kan zijn.

Mooi voorbeeld: jongeren reiken Gouden Oor prijs uit

De cliëntenraad van GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen heeft de vertrekkend directeur een mooi afscheidscadeau gegeven.  Hij kreeg uit handen van de jongeren de ‘Gouden Oor prijs’. Omdat hij jarenlang erg goed naar de jongeren geluisterd heeft. En als geen ander het belang van medezeggenschap door jongeren heeft uitgedragen binnen en buiten de eigen organisatie.  Hij vertelde dat hij de inbreng van de jongeren nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen en om de organisatie scherp te houden. De jongeren van de cliëntenraad brengen zaken aan de orde die anders niet gezien worden.  De jongeren voelden zich erg serieus genomen, gezien en gehoord.

De cliëntenraad zal voortaan jaarlijks een gouden oor gaan uitreiken aan iemand die goed naar de jongeren in de Jeugd GGZ geluisterd heeft.  De jongeren hopen hiermee een positieve stimulans te geven en positief aandacht te vestigen op het belang van aandacht voor de stem van de jonge cliënt.

Onze jongeren heeft het heel veel complimenten opgeleverd. Een jongere heeft zelf een geweldige toespraak gehouden. 2 meiden hebben in het creatieve therapie-atelier een mooi oor in elkaar geknutseld. We hebben een bericht op Intranet geplaatst zodat iedereen kon zien dat we de directeur in het zonnetje hebben gezet. En natuurlijk hebben we gezorgd dat het een grote verrassing was! De directeur was blij verrast, nam het oor stralend in ontvangst.

Dit mooie voorbeeld kan prima worden overgenomen door andere cliëntenraden in het land! Bedenk je eigen prijs. Knutsel iets moois met elkaar en maak er een feestje van!  Het werkt heel stimulerend om aandacht te hebben voor wat goed gaat, daar bij stil te staan en blij mee te zijn.