Categorie archief: Jeugd

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet

1Afgelopen week, de week tegen kindermishandeling, presenteerde de taskforce ‘kindermishandeling en seksueel misbruik’ haar eindrapport Ik kijk niet weg met daarin talloze aanbevelingen die ervoor moeten zorgen dat kindermishandeling in Nederland flink wordt teruggedrongen. Iets wat al jaren op de agenda staat, maar wat nog steeds niet is gelukt. Jenny de Jeu las het rapport en zag dat er een belangrijke aanbeveling ontbreekt: het inzetten van mensen die kindermishandeling zelf hebben ervaren.

Voelsprieten
Juist bij het signaleren van kindermishandeling kunnen mensen met eigen ervaring een groot verschil maken. Zij hebben zeer goede voelsprieten ontwikkeld, letten op andere dingen en kunnen daardoor een bijzonder nuttige bijdrage leveren als het erom gaat zaken eerder te signaleren. Mensen met eigen ervaring pikken de kinderen waar iets mee aan de hand is er vaak zo uit.

Ook als het gaat om de vraag wat kinderen en ouders die in de knel zitten nodig hebben, kunnen ervaringsdeskundigen een bijzonder relevante bijdrage leveren. Zij hebben een beter en ander beeld van wat kan helpen en zullen andere dingen bedenken dan mensen die niet weten hoe het is om in zulke moeilijke omstandigheden op te groeien. Zij weten bijvoorbeeld hoe belangrijk het is dat er in ieder geval íemand in je omgeving is bij wie je je veilig voelt en die weet wat er thuis speelt. Veel kinderen, jongeren en ouders schamen zich voor wat er aan de hand is en praten er nooit uit zichzelf over. Hierdoor kun je je extra alleen voelen en kun je ook geen steun krijgen.

Wegkijken, toen en nu
Veel mensen met psychiatrische problematiek zijn opgegroeid in een complexe, onveilige context. Ook onder dak- en thuislozen blijken enorm veel mensen ervaring te hebben met kindermishandeling. De buitenwereld heeft vaak nooit iets aan deze kinderen gemerkt. En als zij eenmaal volwassen zijn en hulp zoeken voor de gevolgen van wat zij hebben meegemaakt, dan is er nauwelijks aandacht voor de moeilijke omstandigheden waaronder zij opgegroeid zijn en richt de hulpverlening zich op het omgaan met hun stoornissen en problemen. Dat die zijn ontstaan in een poging je staande te houden in een onveilige context, wordt niet gezien. Als eerder gesignaleerd was in welke omstandigheden iemand was opgegroeid, dan had hij of zij misschien niet deze problemen en stoornissen hoeven te ontwikkelen.

Het kan beter
Het is niet alleen belangrijk om eerder en beter te signaleren, maar vooral ook om kinderen zelf in staat te stellen om aan de bel te trekken. Er zijn teveel kinderen met zeer beschadigende ervaringen waarbij niemand ook maar iets ‘gesignaleerd’ heeft… Daarom zou in alle klassen op alle scholen consequent aandacht besteed moeten worden aan deze zaken. Dat kinderen leren wat wel en niet oké is. Dat kinderen weten dat zij het kunnen aangeven als er iets met hen aan de hand is, als zij thuis in de knel zitten of als zij zich zorgen maken om een vriendje. En dat ze weten bij wie ze dan terecht kunnen. De kinderombudsvrouw noemde pas een goed voorbeeld: een school die een grote kikker had waar de kinderen een briefje in konden doen. Heel simpel en toch heel effectief.

Advies aan de taskforce en de net opgerichte ‘beweging tegen kindermishandeling’: vraag de mensen met eigen ervaring wat zij nodig hadden toen zij als kind opgroeiden in een moeilijke context. Wat zou hen wel geholpen hebben? Hoe hadden wij hen wel kunnen zien? Ik denk dat we dan zo een nieuw rapport met aanbevelingen kunnen vullen.

Zie ook www.taskforcekinderenveilig.nl

Dit artikel verscheen in Deviant tijdschrift tussen psychiatrie en maatschappij

 

Advertenties

Ouderraad bedoel je?

Regelmatig kom ik instellingen in de Jeugd sector tegen die zeggen een cliëntenraad te hebben. Deze instellingen wekken dan de indruk dat ze bijvoorbeeld een jongerenraad hebben. Staat op de website te lezen, of in een folder. Soms wordt het ook gezegd. Een raad met echte jongeren denk je dan die de organisatie adviseren vanuit hun jeugdige perspectief. Jongeren en kinderen die cliënt zijn bij deze instelling. Die weten hoe het is om problemen te hebben. En die vanuit die ervaring een zinvolle bijdrage kunnen leveren aan het beleid van de instelling. Fantastisch als dat het geval is…

Echter; in de praktijk blijken niet al deze ‘cliëntenraden’ daadwerkelijk te bestaan uit jeugdige cliënten. Vaak blijkt het om ouders van jeugdige cliënten te gaan. Ouders die weliswaar ook cliënt van de instelling zijn omdat hun kind daar in zorg is.  Soms zijn deze volwassenen zelfs geen ouders van een kind in zorg, maar betrokken volwassenen die hart voor de jeugd hebben. Daar is niks mee en het is heel fijn dat deze mensen zich inzetten om de zorg aan jeugdigen te verbeteren. Ik vind een ouderraad een heel nuttig iets, het is ook heel belangrijk dat ouders betrokken worden en ook mee kunnen praten over de zorg aan kinderen. Maar: noem het dan geen jongerenraad of cliëntenraad. Maar zeg als instelling gewoon dat je een ouderraad hebt, of familieraad. Dat is wel zo duidelijk.

Het ouderperspectief of het familieperspectief kan hele relevante adviezen geven, maar wel vanuit het ouderperspectief. En zo moeten instellingen er ook mee omgaan. Alleen jeugdigen zelf kunnen aangeven wat zij zelf vinden.  Dan kunnen ouderraad en jongerenraad elkaar op een aantal fronten zelfs goed aanvullen.Image

En als het je als instelling nog niet gelukt is om medezeggenschap door jeugdige cliënten zelf te organiseren, zeg dat dan gewoon eerlijk. En kijk wat er voor nodig is om dat ook te kunnen realiseren!

Ik ken een meisje…

In mijn stad leeft een meisje van mijn leeftijd. We hebben op dezelfde basisschool gezeten. Dit meisje is al jaren dakloos. Toen ze mij een keer om geld vroeg hebben mijn vriend en ik haar meegenomen naar de shoarmaboer (toen at ik nog vlees…), Ze moest even wennen toen we haar vroegen wat met ons te eten. Ze had erg veel trek en dorst. Al gauw was ze meer op haar gemak en zaten we flink te kletsen. Ik zei dat ik haar kende van de basisschool. En na wat uitleg wist zij het ook weer.

Ik vertelde haar dat ik een aantal jaar in de maatschappelijke opvang had gewerkt en dat ik nu actief was in het ondersteunen van  belangenbehartiging van dak- en thuislozen. Zij vertelde dat ze al jaren dakloos is, en verslaafd.  Haar leven is altijd heel erg moeilijk geweest.  Ondanks veel ellende gaat er een enorme zachte kracht van haar uit.

Met deze zachte kracht maakte ik nader kennis toen we met GroenLinks te gast waren in de nachtopvang.  Voor veel GroenLinksers was dit de eerste keer dat ze nader kennismaakte met dak- en thuislozen.  Een mijnheer was opgefokt en ging uit z’n dak tegen een van de vreemde gasten. Dit meisje greep in op een zachte krachtige manier. De man kalmeerde en de GroenLinkse gasten voelden zich weer veilig.

Toen ik in de binnenstad woonde scharrelde ze regelmatig door mijn straat, het hoofd op de grond gericht, op zoek naar geld of peukjes. Ze vroeg me eens wat te drinken, maar durfde toen niet binnen te komen.  Als ze me ziet is ze altijd heel attent. Vraagt hoe het met mijn dochter en mijn vriend gaat en doet ze de groeten.  Regelmatig hoor ik een enthousiaste ‘Hi Jenny’ als ik weer eens hard door de stad fiets.

Onlangs kwam ik haar weer tegen bij het station, waar ze wel eens  een AA-tje van me krijgt. Ik vond dat ze er goed uitzag. Ze zei dat dat kwam doordat ze had vastgezeten. Ze heeft inmiddels gelukkig al een tijdje een vaste plek in een sociaal pension. Ze wil al jaren naar een zorgboerderij ver weg van de randstad, maar om allerlei redenen lukt dat niet.  Ze kan er bijvoorbeeld pas heen als ze clean is. Als ze eens clean is en uit de afkick kliniek komt, dan valt ze altijd weer in een gat. Is er geen voldoende stevig vervolg voor haar. Waardoor ze in no time weer verslaafd is.  Ze geeft ook aan dat ze hulp nodig heeft, maar krijgt dit onvoldoende en niet op het moment dat dit het hardste nodig is. Ze heeft de wil om een gezond leven te leven. Ze heeft alleen de juiste steun en het vertrouwen nodig om daar te geraken.  En wil niet behandeld worden als iemand waar geen eer meer aan te behalen is. Ieder mens is het waard om de steun te krijgen die het wil en nodig heeft.

Ze wil heel graag moeder worden maar weet dat dat nu niet kan. Het raakt me als ik zie hoe blij ze voor me is als ik haar vertel over de baby die in mijn buik groeit. Ik hoop dat ik ooit zo blij voor haar kan zijn.

Mooi voorbeeld: jongeren reiken Gouden Oor prijs uit

De cliëntenraad van GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen heeft de vertrekkend directeur een mooi afscheidscadeau gegeven.  Hij kreeg uit handen van de jongeren de ‘Gouden Oor prijs’. Omdat hij jarenlang erg goed naar de jongeren geluisterd heeft. En als geen ander het belang van medezeggenschap door jongeren heeft uitgedragen binnen en buiten de eigen organisatie.  Hij vertelde dat hij de inbreng van de jongeren nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen en om de organisatie scherp te houden. De jongeren van de cliëntenraad brengen zaken aan de orde die anders niet gezien worden.  De jongeren voelden zich erg serieus genomen, gezien en gehoord.

De cliëntenraad zal voortaan jaarlijks een gouden oor gaan uitreiken aan iemand die goed naar de jongeren in de Jeugd GGZ geluisterd heeft.  De jongeren hopen hiermee een positieve stimulans te geven en positief aandacht te vestigen op het belang van aandacht voor de stem van de jonge cliënt.

Onze jongeren heeft het heel veel complimenten opgeleverd. Een jongere heeft zelf een geweldige toespraak gehouden. 2 meiden hebben in het creatieve therapie-atelier een mooi oor in elkaar geknutseld. We hebben een bericht op Intranet geplaatst zodat iedereen kon zien dat we de directeur in het zonnetje hebben gezet. En natuurlijk hebben we gezorgd dat het een grote verrassing was! De directeur was blij verrast, nam het oor stralend in ontvangst.

Dit mooie voorbeeld kan prima worden overgenomen door andere cliëntenraden in het land! Bedenk je eigen prijs. Knutsel iets moois met elkaar en maak er een feestje van!  Het werkt heel stimulerend om aandacht te hebben voor wat goed gaat, daar bij stil te staan en blij mee te zijn.


De Jeugd GGZ huilt…

Geachte leden van de Vaste Kamercommissie voor VWS,

De jongeren van de cliëntenraad van GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen vraagt u de voorgestelde bezuinigingen in de GGZ niet op de voorgestelde manier door te laten gaan.

Wij zijn 6 jongeren, allemaal cliënt of recentelijk geweest in de Jeugd GGZ. Wij vertegenwoordigen zo’n 3000 cliënten in onze instelling waar voornamelijk ambulante zorg geleverd wordt. Wij weten dus als geen ander hoe het is om GGZ nodig te hebben. Om ons leven op de rails te houden en krijgen. Om zoveel als mogelijk mee te kunnen doen als ieder ander. Naar school gaan, vrienden maken, onszelf ontwikkelen, leren omgaan met onze psychische problemen.

Wij zijn erg geschrokken van de plannen van minister Schippers.  De plannen getuigen van weinig inzicht en oog voor de context van jonge mensen met psychische problemen.

Jonge cliënten staan aan het begin van hun leven. En hebben vaak al veel meegemaakt.  Als deskundige hulp niet meer voor iedereen toegankelijk is voorzien wij grote problemen. Juist bij veel psychische problemen is het noodzakelijk om in een zo vroeg mogelijk stadium de juiste hulp te krijgen. Om ergere problemen en blijvende schade te voorkomen.  Denk bijvoorbeeld aan schizofrenie; elke psychose heeft blijvende hersenschade tot gevolg. Denk aan een depressie, dat wil je niemand onnodig een dag langer aandoen. Denk aan slachtoffers van kindermishandeling die hierdoor beschadigd zijn. Denk aan jonge mensen met ouders die zelf psychische problemen hebben, wat voor kinderen niet meevalt om daarin gezond op te groeien. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

De GGZ is jarenlang bezig geweest om o.a. middels preventie mensen zoveel mogelijk in een vroegtijdig stadium te helpen. GGZ problemen worden uit de taboesfeer gehaald, mensen leren dat het niet hun eigen schuld is. En durven gelukkig steeds vaker hulp te zoeken. De voorgestelde maatregelen maken kapot wat met veel moeite is opgebouwd en nog steeds erg kwetsbaar is.

Veel mensen met psychische problemen hebben weinig geld, vaak als gevolg van hun psychische problemen. We zijn bang dat deze mensen uitgesloten zullen worden van zorg. Dat kan en mag niet gebeuren!

Wij vinden dat heel onverstandig en harteloos bovendien. Je kunt mensen niet uitsluiten van zorg. Kinderen hebben vaak geen invloed op de gezinsinkomsten – en uitgaven. Als je ouders het niet kunnen betalen dan heb jij in de toekomst geen zorg meer. Dat kan toch niet! Wij worden daar heel verdrietig en boos van.

Als je 18 bent moet je de eigen bijdragen zelf gaan betalen, maar waarvan? De meeste jongeren hebben zowiezo weinig geld. Jongeren met problemen hebben vaak als gevolg van hun problemen nog minder te besteden. Als gevolg van psychische problemen hebben zij vaak een opleiding onder hun niveau gedaan, als ze al een opleiding af hebben kunnen ronden. Niet elke jongere met psychische problemen is in staat om een bijbaan te hebben.  Geen van onze cliëntenraadsleden zou zelf in staat zijn om de bijdragen zoals voorgesteld te betalen. Ook voor onze ouders zou het niet altijd mogelijk zijn om dit te betalen.  Veel mensen met psychische problemen houden het financiële hoofd maar net boven water.  Als de minister naar de inkomens had gekeken van de mensen die gebruik maken van GGZ had zij dit kunnen weten…

Het aantal keren dat je van een psycholoog gebruik kunt maken zeer beperken vinden wij ook heel onverstandig. Hoeveel zittingen je nodig hebt hangt helemaal af van je persoonlijke situatie, dat is niet in een standaardpakket te stoppen. GGZ problemen vragen tijd, geduld, oog voor je context en aandacht. Geen haastwerk, tijdsdruk en standaardisering. Worden jonge mensen in de toekomst dan halverwege hun traject weggestuurd? In het ziekenhuis word je toch ook niet halverwege een operatie naar huis gestuurd?!

We zijn bang dat de minister E-health ziet als vervanging van werkelijk menselijk contact. Vanachter een computer kun je niet zien hoe het werkelijk met iemand gaat. Waardoor belangrijke signalen gemist kunnen worden. Met alle mogelijke gevolgen van dien. Bovendien is juist het menselijk contact met de behandelaar een belangrijk onderdeel van de behandeling.  Uit onderzoek blijkt dat de behandelrelatie een hele belangrijke succesfactor is in het slagen van je behandeling. De GGZ is geen fabriek, maar daar werken mensen. En daar worden mensen behandeld. Dat willen we graag zo houden!

Als je wil bezuinigen zou je juist moeten inzetten op meer, sneller, passender en kwalitatief betere zorg. En de drempel om in zorg te komen nog verder moeten verlagen. Zodat mensen in een zo vroeg mogelijk stadium van de ontwikkeling van hun problemen in staat worden gesteld om de draad van hun eigen leven weer zelf op te pakken.

Niet alleen in de zorg zou aandacht moeten zijn voor psychische problemen. Het is van groot belang dat kennis van GGZ ook gebruikt wordt in bijvoorbeeld het onderwijs. Zodat problemen inderdaad vroegtijdig gesignaleerd kunnen worden.  En de problemen niet onnodig uit de hand hoeven te lopen, onnodig menselijk leed en hoge kosten ons bespaard zullen blijven.

De plannen van de minister zijn volgens ons dan ook het tegenovergestelde van bezuinigingen.  Het ontbreekt de plannen aan visie, context en kennis van de Jeugd GGZ. Wij gaan graag met u in gesprek!

Met vriendelijke groet,

Cliëntenraad GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen